Soms zit het tegen én zit het mee. Vanochtend was ik helaas vrij dizzy, dus deed een
lange warme jas over mijn pyjama en ging voor een piepklein rondje met Barney naar
buiten. Ik liep zowel slaapdronken als dizzy wat te zwalken op de stoep en in de goot. Ik
verlangde naar koffie, mijn lenzen, plassen en een belletje met een vriendin. Toen ik
mezelf de drie treetjes van onze ingang ophees, sloeg de schrik om mijn hart. Sleutel
vergeten. Telefoon, geld en hondensnoepjes ook trouwens. Ik probeerde in mijn
hersenen te vinden welke dag het was. Hopelijk donderdag, want dan komt Rens ergens
in de ochtend nog terug naar huis. En vanaf toen begon een soort waterval van alles dat
meezat. Het bleek donderdag, dus ik hoefde maar twee uur te overbruggen. Ik besloot
naar het park te gaan. Het was prachtig weer, zonnig, koud en fris. Barney had er zin in
en we liepen zo langzaam mogelijk. Run home slow, van de Tesky Brothers huppelde
door mijn gedachten. Aangezien Barney nog klein is, kun je niet eindeloos met haar
wandelen, dus ik besloot met haar langs de Coffee Company te lopen. Daar troggelde ik
dankzij Barney’s schattigheid een “leen koffie” af. Tevreden scharrelden we richting
huis. Barney vond een pingpongballetje, dus dat gaf wat extra honden vrolijkheid. Thuis
aangekomen ging ik zitten in het trappenhuis. Ik wist niet precies hoe laat Rens kwam
en wilde hem niet mislopen. Barney kroop lekker bij me op schoot. Voor haar is het
leven goed als ik er maar ben, en dat ontroert me. We keken aan half uurtje naar de
vogels, eerst de witte toen de zwarte. En naar de kerktoren, die gelukkig niet is
afgebrand. En naar de boom die we gaan missen. Ik mijmerde over de songtekst The
higher the price, the nicer the nice. Het klinkt zo leuk, maar is complete onzin. Rens
kwam vrolijk thuis met een vriend, die ik zonder mijn lenzen niet kon identificeren.
Terwijl ik nodig moest plassen, scheurde Barney de krant in stukjes. Wat een geweldig
begin van de dag.
