Toen ik klein meisjes was, las ik Kinderen van moeder aarde, van Thea Beckman. Het
heeft een interessant begin. Na een wereldwijde kernoorlog is de spil van de aarde iets
verschoven, waardoor de evenaar noordelijker komt te liggen. De ijskap op Groenland
smelt en de mensen daar leven in een vruchtbaar land dat nooit vervuild is geweest, ver
weg van de wereld die zichzelf verwoest heeft. Het land wordt bestuurd door vrouwen,
ze hangen een natuurgodsdienst aan en ze zweren alles af dat met industrialisatie of
mechanisatie te maken heeft. Een ultieme new beginnings. Sindsdien heb ik een zwak
voor Groenland. Onze joker waarmee we een bijna verloren hand kunnen aftroeven.
Wat het kinderboek niet vertelt is dat door het smelten van de ijskap er een lucratieve
noordelijke handelsroute vrijkomt, wat geopolitiek de machtsverhoudingen nieuwe
kansen geeft om te verschuiven. Door de klimaatcrisis te ontkennen zijn we eigenlijk
bezig met hetzelfde plan als Elon Musk heeft voor Mars. We laten de poolkappen
smelten en het levert ons iets op. En mijn arme Groenland wordt nu belegerd, de
mineralen zijn alvast vergeven, en wij laten ons in de luren leggen door onze voormalige
Vriendelijke Grote Broer. Hoe naïef lang wil je dankbaar blijven dat je bent gered uit een
oorlog? Grow up. Niemand is onze vriend, niemand is een loyale bondgenoot, maar ook
niemand is onze vijand. We trekken ons eigen plan, gebaseerd op de waarden die we
willen voeden, en sluiten opportunistisch en uitgekookt allianties en deals die daarbij
passen. Zodat we onszelf niet verwoesten. Zodat Groenland ons niet hoeft te redden.
