Tuintjes

Schuin tegenover ons huis ligt een oude woonboot. Toen we er kwamen wonen, 23 jaar geleden, was hij ook al oud. Het is niet een leuk opgeknapt binnenschip, maar gewoon een donkerbruin betimmerd langwerpig blok. De mensen die er wonen houden van planten en dieren, want de ramen zitten viezig dichtgeplakt met planten en omdat ze twee keer per dag de vogels voeren, zit de boot vol vogelpoep. Toch ben ik van die boot gaan houden. Ik zie elke dag zoveel vogels dat het soms voelt alsof ik in een sprookje leef. Nog even en ik krijg ook één donzig vleugeltje, zoals Krekel. Nu wil het ongelukkige toeval dat in de echte mensenwereld we met een groot aantal buren tuintjes zijn gaan maken aan de Amstelkade. Leuk wat bloemetjes en ook goed voor de bijen. En vooral leuk om samen met je buren een projectje te hebben. Ondanks dat in mijn eigen tuin geen plant te vinden is, sta ik dus braaf wekelijks te gieteren. Maar ons project wordt enorm gefrustreerd door mijn sprookjesvogels. Ze slapen met hun schattige kuikens lekker in onze tuintjes en eten de plantjes op. Maar het project strijdt een dappere strijd met wapperende zilverpapiertjes om de vogels te leren op hun eigen stukjes Amstelkade te rusten en te eten. Ik denk dan, tja, die vogels waren er eerst. Zij zijn de natuur, wij willen iets gecultiveerds. Dat is maar half waar natuurlijk, want als de woonboot de vogels niet zo liefdevol voerde, dan waren die vogels hier ook niet. Maar als het erop aan komt, hou ik gewoon meer van sprookjes dan van tuintjes. 

3 gedachten over “Tuintjes

  1. Ik geloof in sprookjes en er liggen vaak mooie veren op de kade dus jouw veertje komt wel.
    En die plantjes redden het ook wel. Elk schepsel vindt uiteindelijk wel een plekje.
    Blijf jij maar lekker genieten en schrijven.

  2. Lieve gieter‑partner,
    Toen ik hier aan de kade kwam wonen, irriteerde ik me aan dat donkerbruine, betimmerde, langwerpige blok aan de overkant — en vooral aan het feit dat de eigenaar de vogels, ganzen en zwanen meerdere keren per dag voerde.
    Totdat ik haar een keer tegen het lijf liep tijdens een wandeling. Ze had zo’n mooi, open, liefdevol & sereen gezicht, dat ik vanaf die dag alleen nog maar moet glimlachen elke keer als ik haar de Amstel‑vogel‑bende zie voeren.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *