Vorige week kregen we een nieuw koffiezetapparaat. Krijg je dat eigenlijk? Of moet je
zeggen, we kochten een volautomatische espressomachine? Dat laatste klinkt zo
patserig, terwijl het hier echt om een noodsituatie ging, er kwam geen status of
hebberigheid bij kijken. Ik zet namelijk elke ochtend koffie in zo’n kannetje op het vuur,
een Bialetti. Als echte koffie liefhebber vind ik dat toch de lekkerste koffie. Misschien
omdat je er ook wat retro moeite voor moet doen, dat proef je gewoon. Maar we hebben
ook een koffieapparaat voor andere mensen dan ikzelf. Je kent ze wel, huisgenoten,
kinderen, vrienden, familie, buren. Het hele punt van dat andere apparaat is dat het
heerlijke koffie zet, en zo nodig in grote hoeveelheden. En juist daar ging het helemaal
mis. Het duurde inmiddels minuten voordat het aftandse apparaat er een koffie
uitperste, en die was ook nog eens matig lekker. Dus er moest met spoed een nieuwe
komen. En zo geschiedde. Maar wat bleek? Een nieuw apparaat moet eerst 150 koffies
inkomen. Dat wil zeggen dat de eerste 150 koffies best vies zijn. Waterige net niet
bakken. En aangezien koffiebonen hun gewicht in goud waard zijn, moeten we dus de
150 koffies als de sodemieter zelf opdrinken, want je kunt daar echt je gasten niet op
trakteren. Wat een attitude van zo’n apparaat. Alsof het een mens is die moet worden
ingewerkt. En naast het feit dat het zeer teleurstellend is en een gat in je maag brandt, is
het ook nog eens niet te begrijpen. Technisch gezien. Hoezo moet dat ding op gang
komen? En als dat al zo is, waarom doen ze dat niet gewoon in de fabriek? Ik weet het
antwoord al: de Chinezen maken tegenwoordig deze Philips koffiemachines. En
Chinezen houden niet van koffie. Gadverdamme, had ik dat nou maar iets eerder
opgezocht.
