Gisteren was het warm. Ik weet nooit zo goed of deze hitte het nieuwe normaal gaat worden, of dat er straks echt Canadese toestanden hier gaan ontstaan met temperaturen van -30°. Sinds iemand me heeft wijsgemaakt dat door El Niño het dit jaar vanaf november vier maanden keihard gaat regenen, ben ik toch maar gewoon blij met dit warme weer. En ik overweeg om nu alvast regenlaarzen in te slaan bij HEMA. Toen we een ijsje gingen halen liepen we achter een vrouw die aan één kant helemaal getatoeëerd was. Haar hele linkerarm en linkerbeen waren voorzien van prachtige bloemenranken. Ik dacht dat tatoeëren verslavend was, maar deze vrouw was een toonbeeld van discipline. Gewoon ophouden als de linkerkant vol zit. Maar dan ook echt. Niet stiekem nog eentje. Ik weet zeker dat als ze een roker is, dat ze één van de weinigen is die echt alleen maar op feestjes rookt. Iets verderop fietste een vrouw, die helaas voor haar, overduidelijk ook een kalende man was. Ze had haar schaarse haren over haar schedel getrokken met een klemmetje. Waar kalende mannen voor mij een neutraal verschijnsel zijn, grijpen kalende vrouwen me juist wel aan. Iets verderop lag een gedroogde blauwe hortensia op de stoep. Misschien neergelegd door een kindje, omdat ze daar een dode vogel of muis had gevonden. Barney legde er eerbiedig een plasje naast. Alsof de bloem een voorspeller was, ging thuis in mijn boek één van mijn fijnste personages dood, overreden door een vriend met een rupsvoertuig in de Staalfabriek waar ze werkten. Gelukkig donderde en regende het vandaag toen ik wakker werd. Mijn hoofd en hart schoonspoelen voor weer een nieuw boek.

Weer een heerlijke observatie van het alledaagse. Zowaar een beetje Simon Carmiggelt 😉
Weer een fantastisch verhaal, kijk uit naar de volgende.