Ik ben bezig met een soort herbeleving van mijn kleutertijd. Heel charmant om te doen,
zeker als je er niet dement bij bent. Ineens eet ik weer ruitvormige spekjes, toffifee en
droptoffees. Ik kwam op het eten van die spekjes, omdat mijn moeder ze een keer voor
me heeft gekocht toen mijn nekvelletje tussen de rits van mijn trainingsjackie was
gekomen. Terwijl zíj́ de rits dichtdeed. Verder hadden we volgens mij nooit snoep,
alleen koekjes en kokindjes. Ineens mis ik mijn opa die voor al zijn 13 kleinkinderen een
bijnaam had. Mijne was Dotsie-Piekie-Snutie-Grote Snoekie. Dat laatste deel heb ik
erbij gevraagd, want toen ik groter werd vond ik Dotsie-Piekie-Snutie te kinderachtig. Ik
herinner me levendig onze zwarte poedel Timmetje die hard ging blaffen als mijn
moeder naar de SRV-wagen ging. Toch een soort Crisp avant la lettre, die SRV wagen.
Maar dan kwam die dagelijks, wat eigenlijk veel handiger is dan één keer in de week.
Crisp kan altijd net een dag later dan je graag wou willen langskomen, en dan hebben
alsnog het menu niet waarvoor je nu juist de bestelling deed. Enfin, door deze jaren 70
revival heb ik ineens ook allemaal kinderproblemen. Als een soort kleuter krijg ik de rits
van mijn jas maar niet dicht. Als ik mijn sjaal omheb, raakt die in de knoop met mijn tas.
Ik heb door al dat snoepen voor het eerst in mijn volwassen leven een gaatje in m’n kies.
Sommige van mijn tanden zitten los. En laatst stond ik, alsof ik nog geen cijfers kan
lezen, in de verkeerde portiek bij de voordeur. Zelfs mijn puber heeft last van
kinderverwarring. Zo riep hij laatst uit dat ik beter moet opletten welke hondensnoepjes
ik koop, want deze lijken op Schuddenbuikjes. Ik kan er nog de slappe lach van krijgen.
Want als iemand dat zegt……
