Een van mijn huisgenoten is een soort AI-apostel. Alles wat AI nu weer blijkt te kunnen
is het vermelden waard en leidt tot groot enthousiasme. Als een ware zendeling predikt
hij het AI-woord en wil graag dat iedereen prompts leert maken en daardoor lang en
gelukkig leeft. Soms drijft dit me tot het uiterste en lukt het me niet om mijn
bevestigende glimlach vol te houden. Laatst riep ik dus uit; Als AI dan zo fantastisch is,
waarom kan ik dan nog niet met mijn hondje praten? Daar had de prediker niet van
terug. Sindsdien probeer ik zelf een soort woordenboek uit de dokteren van wat Barney
zegt. En ik weet vrij zeker dat ze heel vaak Asjemenou zegt. Vandaag weer toen ze
enthousiast bij een kroegje met haar pootjes op de venterbank eens even keek wat er
gaande was in het plaatselijke café, zag ze een man alleen aan de bar een biertje
drinken. Ik zag haar oortjes seinen en zeggen Asjemenou. Daarmee bedoelend, zoiets
heb ik nog nooit gezien, maar ik ben er ook maar net, dus dit gebeurt me de nou de hele
tijd, wat zit die gozer nou toch aan die plank te doen, enzovoorts. De man op zijn beurt
is denk ik de AI-God want hij praatte terug tegen Barney. Echt waar. Hij zei op één of
andere manier Asjemenou terug. Barney keek me vol trots aan. Eindelijk iemand van
haar niveau. Iemand die haar wél begreep en normaal met haar communiceerde. En
zonder dat ik zelf wist dat ik het kon, trok ik ook een Asjemenou hoofd en liep
glimlachend verder.
