De winkel met spullen voor outdoor mensen had een paar jaar geleden de slogan: ieder mens is een buitenmens. Dat waag ik te bewijfelen. Ik ben zo iemand die liever uitwaait in de metro (als die er aankomt, is er altijd een windvlaag), dan aan het strand. Die meer opknapt van de Coffee Company, dan van de hei. Als ik al buiten moet zijn, dan het liefst in de stad, en anders in een bos. Alhoewel een bos vaak vochtig en klam is, dus zo prettig is dat nou ook weer niet. Ik kijk wel graag naar buiten, naar de natuur. Ik woon aan het water, dus er zijn hier veel vogels en bomen. Er komen hier ganzen, zwanen, eenden, nijlganzen, futen, reigers, meeuwen, halsbandparkieten, merels. Er staan bloesembomen langs de kade, maar gelukkig zie ik uit mijn raam ook een kerktoren en baksteen. Ik zou het prettig vinden als het altijd windstil is. Of stormt. Maar niet dat lullige gewaai ertussen in. En als het alle avonden heel lang zou schemeren, dat is als balsem voor de ziel. De schemering is zo teder, zo zacht, zo troostend. Het zou fijn zijn als het in de ochtend altijd licht en zonnig is, dat wordt toch iets makkelijker wakker.
Maar de hele dag zon is nergens voor nodig, gewoon een paar uur per dag is prima. Dat je huis er gezellig uitziet door de zonnestralen en je zin hebt om een raam open te zetten. Maar het is ook goed als de zon weer even weg is. Even ruimte om op adem te komen, even wat maken, misschien in de overgang van zon naar grijs even wat melancholie. Het mag van mij ook best dagelijks regenen, mits het in de nacht is. Kortom, al dat buiten is maar ingewikkeld. Binnen is zoveel liever, zoveel zoeter. Maar buiten zijn de mensen, de ontmoetingen, de verhalen. Buiten is het leven. Dus als ik het zo bekijk, ben juist ik een buitenmens.
