Vandaag zijn het universum en ik een beetje uit sync. Het begon allemaal goed. Barney
zat met haar oortjes wapperend in de wind in het mandje voorop de fiets. We gingen
naar de Albert Cuyp voor brood en naar de dierenarts voor voer. Ik zette mijn zonnebril
op en hup, het ging regenen. In de regen liepen we naar de bakker waar ik een
kokosmakroon kocht als ontbijt. Toen we door een beetje gek straatje liepen ging de zon
weer schijnen. Er stonden twee mannen te praten op de stoep. Eentje met een bezem
en een guitige kop, de ander oogde als een bangige, saaie man. De guitige bezem begon
net aan een mop toen ik langsliep, dus ik ging er even bijstaan. ‘Ik was in een doe-het-
zelf- zaak toen er werd gebeld. De man nam de telefoon op en riep: Doe het zelf! En hing
weer op’. Verwachtingsvol keken ze nu naar mij. Ik ken maar één mop, dus ik begon
dapper aan mijn twee eieren op de koelkast verhaal. De bezem vond het direct al niks.
Ik hou niet van eieren, riep hij. Vervolgens begreep hij de grap niet, de bange saaie wel.
Dus ik ging heel vriendelijk, maar natuurlijk tegen alle regels in, de grap uitleggen. Nooit
doen. Ik kreeg een berisping van de saaie en de bezem mompelde dat hij altijd al in
verwarring was en nu ook weer. Ik had de boel nog kunnen lijmen met bonbons, maar
die ik had ik niet bij me. Toen ik mijn zonnebril opzette, ging het weer regenen.
